
Deze foto is overigens in Maastricht gemaakt op een middag waarin ik (net als ik vandaag waarschijnlijk ga doen) rondwandel door de stad op zoek naar niets.
Foto’s maken vind ik zelf eigenlijk helemaal niet zo een plezierige aangelegenheid. Het resultaat is waar het me om gaat, en ik ben te vaak teleurgesteld geraakt hiervan dat ik vaak denk dat het de moeite niet waard is om de camera tevoorschijn te halen zodra ik een beeld tegenkom wat mooi zou kunnen zijn. Nou zul je waarschijnlijk denken dat de echte fotograaf van elk beeld iets moois kan maken met zijn camera, maar dat ben ik dus zeker weten niet. De ‘schoonheid’ van mijn mooiste foto’s heeft meer te maken met timing dan met fotografie-kunsten. Op de juiste plek op de juiste tijd zijn, dat is wat mijn foto’s vooral zeggen, denk ik. Dit is ook de reden waarom ik niet met mijn camera ga wandelen op zoek naar mooie foto’s: ik weet toch dat ik ze niet zal vinden. Om het maar eens clichématig uit te drukken: in de meeste gevallen vonden de foto’s mij.
Bovendien heb ik nog een klacht die mij ervan weerhoudt er vaker op uit te gaan met mijn digitale camera. Ik voel me namelijk ook extreem zelfbewust wanneer ik foto’s maak waar anderen bij staan. De, soms spottende, blikken van verwarring die ik krijg, zijn af en toe genoeg om op te geven na één foto te nemen (die later dan natuurlijk niet scherp blijkt te zijn). Deze klacht is overigens geen aanklacht tegenover deze mensen. Zo kan ik me een tijd herinneren dat ik samen met een Japanner, die voor het eerst in Nederland was, over straat liep en dat ze een foto maakte van een KPN telefooncel. Toen ik haar vroeg waarom ze dáárvan een foto nam, zei ze dat ze de telefooncel schattig vond, en er graag een foto van wilde nemen. Toen verscheen diezelfde spottende blik van verwarring op mijn eigen gezicht.
Ik denk dat het dan ook het lot is van de fotograaf (ik word al misselijk van de gedachte dat ik mezelf nu indirect een fotograaf heb genoemd…) om dit onbegrip van anderen te ondergaan en door te zetten. Ik ben blij dat ik af en toe die moed heb kunnen vinden, anders was mijn muur nu immers leeg geweest.